Weekopdracht – Leer je ademhaling kennen


* Plan tijd in om dagelijks voor 5 minuten je ademhaling te observeren
* Wees hierbij als een neutrale observator. Merk op, waar voel ik wat en hoe voel ik het?
* Voel je de lucht moeiteloos in en uit stromen? Is er een verschil met in- en uit?
* Hoe bewegen mijn ribben terwijl ik adem?
* Voel ik de adem ook aan de zijkant van mijn buik? Of juist niet?
* Hoe zijn mijn gedachten terwijl ik dit doe? Gaat het alle kanten op of niet? Merk op..
* Schrijf indien nodig op wat je hebt ervaren>

Tip: Je kan om jezelf te helpen beide handen op de zij leggen of een hand op je buik leggen en een handpalm op de onderrug. Merk dan op, of je je handen voelt bewegen op deze plekken

De kenmerken van ademhaling

Met Qigong ademen we de meeste gevallen in via de neus, en uit via de neus. Er wordt langzaam gewerkt naar buikademhaling (Dan Tian Huxi). Ontspanning en ademhaling zijn fysiologisch nauw met elkaar verbonden. De ademhaling is een krachtig instrument waar je direct je zenuwstelsel mee kan beïnvloeden.

Door regelmatig de ademhaling te observeren kan je als het ware de relatie met je ademhaling verdiepen. Hieronder zijn wat kwaliteit waar je in het begin op kan letten die daarbij kunnen helpen.

1- Stil –
de luchtstroom is fijn, zacht en rustig.
2- Diep –
laat de adem diep in het lichaam wegzinken naar de Xia (onderste DanTien). 
3- Traag –
de luchtstroom is geleidelijk, langzaam en zonder haast.
4- Gelijkmatig –
niet hortend of stotend.
5- Lang  –
een luchtstroom vloeiend zonder te blazen en te hijgen.
6- Kalm –
met de gedachten in het hier-en-nu

De vier fasen van de ademhaling:

1 Inademing (yin).

2 De overgang
van inademing naar uitademing.










3 Uitademing (yang).










4 De natuurlijke pauze
tijdens de tweede overgang,
van uitademing naar inademing.

Als we onze aandacht richten op de overgangsmomenten tussen de in- en de uitademing (en andersom) ontstaat er een moment van diepe innerlijke stilte.
In deze korte ontstaat er een natuurlijk moment van rust (rujing). Zorg ervoor dat je nooit helemaal ‘vol’ of ‘leeg’ bent. 80% vol en 80% leeg is een goede indicatie.